Door: Haro Hielkema
Het had het scenario voor een film van Laurel en Hardy kunnen zijn: een groep soldaten kijkt met slaperige hoofden in de scheerspiegel, terwijl een vijandelijke pantsertrein ondertussen ongehinderd voorbijtuft met in zijn kielzog een goederentrein met duizend infanteristen, die hun opponenten vervolgens in de rug aanvielen.
Maar het was in die vroege ochtend van 10 mei 1940 in Mill allesbehalve een lachfilm. De Nederlandse verdediging rond het Brabantse Peeldorp was compleet verrast door de Duitse treinen. De militairen waren ervan uitgegaan dat de Maaslinie de nazi's bij een eventuele invasie wel enige uren zou ophouden. Ze hadden er geen rekening mee gehouden dat een Duits overvalcommando, deels in Nederlandse legeruniformen gekleed, per trein de Maas zou oversteken en met een gangetje van 25 kilometer per uur over de 'Boxtelse baan' landinwaarts zou trekken -en nog wel buiten de dienstregeling om.
Zonder slag of stoot konden de Duitsers binnenkomen: de Maasbrug sprong niet, het bruggetje over het Defensiekanaal (een pas gegraven tankgracht bij Mill) was nog intact en de mobilisatietroepen konden de treinen alleen maar met open mond nastaren. Achterop de laatste wagen stonden enkele stukken luchtdoelartillerie. ,,Hebben wij ook van die dingen?'', liet een reserve-officier zich nog perplex ontvallen.
Achter de negen kilometer lange Peellinie werden de Duitse troepen uitgeladen en bestookten zij de Nederlandse verdedigers. Deze strijd kostte uiteindelijk 28 Nederlandse militairen en vele burgers het leven; aan Duitse zijde was het dodental een veelvoud. Tot de volgende dag hielden twee Nederlandse bataljons van de infanterie stand, gesteund door artilleristen met geschut uit 1880. Zij stuitten de Duitse trein, die op de terugweg door de linie ontspoorde en waarvan wagons van de spoordijk tuimelden. Zij groeven elders op scherp gestelde landmijnen op om die onder de spoorrails te kunnen plaatsen, zij schoten hun geschut in de kazematten leeg, zij joegen Duitsers terug de trein in en zij zagen hoe Duitse tanks door het Defensiekanaal werden tegengehouden. Het was een uitstel van één eetmaal. Toen duikbommenwerpers (Stuka's) van de vijand zich in de strijd mengden, werd het verzet gebroken.
Sinds half mei is er een streekpad in het noordoosten van Brabant geopend. Dit Maas- en Peelliniepad van 122 kilometer voert onder meer langs de sporen van de oorlog. Je kunt nu wandelen langs de kazemat waar sergeant M.Blokland heldhaftig overeind bleef en schoot op alles wat bewoog (totdat hij zelf werd getroffen). Je passeert bunkers, waarop de voltreffers van de Stuka's nog zichtbaar zijn. En je volgt de tankgracht, die anno 1940 voor één dag effectief bleek maar nu een lieflijk slootje is waarover de schooljeugd naar hartelust survivaltochten houdt.
Veertig kazematten zijn bewaard gebleven, vooral dankzij de stichting 'Sporen van de oorlog'. Oprichter Jaap Sneep, die zelf in 1940 een detachement pioniers aanvoerde dat belast was met het scherpstellen van 4000 landmijnen, wordt ervoor geëerd op het plantsoentje bij het busstation -naast een monument voor de gevallenen. Het is vlakbij het Defensiekanaal, dat in de mobilisatietijd werd gegraven, en de kazemat van Blokland. In de betonnen schuilplaats is de oorlogssituatie nagebootst. Een informatiebordje vertelt meer over kazemat 38 van het stekelvarkentype, die aan drie kanten een voltreffer opliep. Bloklands kameraden in kazemat 38 hadden meer geluk: ook hun verschansing werd door Duits artillerievuur doorboord, maar de beide militairen die de Duitsers de overtocht over het kanaal hadden belet, waren op het nippertje via de loopgraaf naar veiliger oorden gevlucht.
Waar vroeger een zanddijk liep, loopt nu een wandelpaadje van bunker naar bunker. De route volgt de tankgracht tot even voorbij kazemat 36 om via het terrein van kasteel De Tongelaar het prachtige Land van Cuijk in te duiken. Het gebouw wordt omringd door oude boerderijen, boomgaarden en indrukwekkende kastanjebomen. Tongelaar is vele malen onder handen genomen, waardoor het nogal wat weg heeft van een Limburgse boerderij. Maar het is echt een kasteel, met grachten, een oude gevechtstoren en een kasteelplein. In de oorlog was hier het kwartier van de mobilisatietroepen gevestigd. Om die reden hebben oud-strijders op de binnenplaats een gedenkplaat aangebracht voor vijf gesneuvelde compagniegenoten. Tongelaar is niet toegankelijk voor het publiek.
Het is bijna niet te zien, maar lopend van de Peel naar de Maas stijgen we heel lichtjes. Over deze verhoging in het landschap legden de Romeinen in hun tijd een 'heerweg' aan om legertroepen te kunnen verplaatsen tussen de nederzettingen Nijmegen en Maastricht.
Via een stel veeroosters verzeilen we in het begrazingsgebied De Maurik. Daar doen Schotse hooglanders zich te goed aan de oogst van de weilanden en plonzen ze rond in het Langven dat bij de ontginning van 1950 gespaard is gebleven of in de Graafsche Raam die zijn water bij Grave in de Maas stort. In het Raamdal groeien zeldzame planten als galigaan, koprus en moerashertshooi.
Langs het water van de Raam bereiken we Escharen en worden daar in de stijl van deze wandeling begroet door een stel bunkers. Bij de dorpspomp is het even druk, maar de slotkilometers naar Grave gaan toch nog verrassend rustiek over het Molenpad en het Duisterstraatje. Met de beek als metgezel lopen we Grave binnen. Het eerste wapenfeit dat we over dit historische stadje lezen, is de moord op Floris de zwarte in 1133. We hebben ons alleen maar verplaatst van het ene gevechtsterrein naar het andere.
(Bron: http://www.trouw.nl)
Maas- en Peelliniepad