`
Maas- en Peelliniepad
Streekpad 14 - Het streekpad door het Land van Cuijk

Wandelroute met graancirkels en kabouters (Deel 12)

Wandelroute met graancirkels en kabouters
Door JEROEN SAVELKOULS

GASSEL/HAPS - Redacteuren van de Gelderlander wandelen deze zomer in dertien etappes het door het Land van Cuijk lopende Maas - en Peelliniepad. Vandaag aflevering 12: Gassel - Haps.

Puntmutsen tussen Gassel en Haps. Foto: William Moore
Wandelroute met graancirkels en kabouters - /> Puntmutsen tussen Gassel en Haps. Foto: William Moore

De extreme hitte deze zomer betekende vorige maand dat de routes van de Nijmeegse Vierdaagse werden ingekort. Militairen mochten zonder bepakking lopen. Maar voor verslaggevers van de Gelderlander bestaat geen genade. Ook al is het 34 graden.

Er staan weer twee etappes op het programma. Een afstand van in totaal 11,2 kilometer. De route start ten zuiden van Gassel, aan het begin van de Bordscheweg. Deze half verharde straat leidt de wandelaar vanuit het bos door de uitgestrekte weilanden. Overal heerst een serene stilte. Slechts de krekels in het gras en de ritselende bladeren in de wind brengen geluid voort. De Bordscheweg, die later ongemerkt overgaat in de Hogerkampseweg, komt uit in natuurgebied Hulsdonk. In 1996 liet de gemeente deze agrarische streek opnieuw inrichten om een betere verhouding tussen landbouw en natuur te bereiken. Op het smalle onverharde paadje tussen de beekjes en weilanden van Hulsdonk, maken voorbijgangers grote kans wandelaar Frans (53) en zijn hond Maxie tegen te komen. Bijna elke dag maken de twee een tochtje op een van de wandelpaden tussen Frans' woonplaats Beers en zijn geboortedorp Haps. "Je ziet in dit gebied weinig bijzondere dingen, maar de natuur is erg lekker", vertelt de wandelaar. "Je hebt hier de rust om eens met mensen een praatje te maken. In de stad of het dorp is iedereen zo gehaast. Echt buurten schiet er dan vaak bij in."

Na het Hulsdonkgebied gaat de ene etappe over in de volgende route, de een na laatste van het Maas- en Peelliniepad.

Weinig natuur in het tweede bedrijf van de wandeling, maar des te meer keurig aangelegde akkers en weilanden. De bezienswaardigheden beperken zich tot een mooi zonnebloemenveld en vele akkers met maïs dat door de verzengende hitte van de afgelopen maanden bijkans tot de hemel rijkt. Verder valt er weinig te zien. Of het moeten de graancirkels zijn die de zweverige wandelaar misschien nog in hogere sferen kunnen brengen. Maar daar houdt het dan wel mee op. Het is vanaf dat moment een kwestie van doorzetten.

Aan het einde van de route heeft een familie aan de Straatkantseweg in Haps een stoel in de voortuin gezet en een bordje met 'rustplaats' aan een boom gehangen. Hier kan een drankje verkregen worden. En even wat rust. Maar met de Hapse Mariamolen, het eindpunt van de wandeling, in zicht, kan er net zo goed doorgelopen worden. En als er toch uitgerust moet worden, kan dat beter een paar honderd meter verderop gebeuren, aan de Cuijkseweg. Daar heeft Henny Geurts (41) een tuinkabouterplantsoen aangelegd. Tientallen rode puntmutsjes zorgen voor een vrolijke aanblik. Ruim vier jaar geleden begon Geurts met zijn verzameling nadat hij een tuinkabouter cadeau had gekregen. Telkens als hij er nu een tegenkomt in een winkel of op een beurs, breidt hij de collectie uit. Om de verf te beschermen schildert hij de kabouters over met scheepslak en worden ze in de winter binnengezet.

En met de kabouters is de tocht dan bijna voorbij. Op nauwelijks een paar minuten lopen ligt de Mariamolen van Haps. Deze zeskantige korenmolen werd in 1802 gebouwd. In de Tweede Wereldoorlog gebruikten buurtbewoners de molen om in te schuilen. De vader van de tuinkabouterverzamelaar zag vanuit dit gebouw menig Duits vliegtuig het Brabantse luchtruim doorkruisen.

"Ik zou bijna willen zeggen dat het een leuke tijd was", vertelt Toon Geurts (70). "Er gebeurde bijna elke dag iets bijzonders."

(Bron: http://www.gelderlander.nl)

Het Maas- en Peelliniepad is een streekpad in het noordoosten van Noord-Brabant: het Land van Cuijk. Dit gebied kenmerkt zich door bossen, heidegebieden, vennen, rivieren, uiterwaarden, (vesting)stadjes. Vele monumenten en andere ‘sporen van de oorlog’ herinneren aan de tijden waarin deze streek in de verdedigingslinie heeft gelegen.